Onderlinge verschillen zijn zelden het probleem
Ik hoor de laatste tijd steeds vaker in teams:
“Hij is zo dominant.”
“Zij zegt nooit iets.”
Als je even doorvraagt, gaat het bijna nooit over wie iemand is. Het gaat over wat er niet wordt uitgesproken.
Verwachtingen die onder water blijven
In vrijwel elk team werken mensen samen die anders denken, anders tempo maken en andere dingen nodig hebben.
De één denkt hardop, neemt ruimte en wil vooruit. De ander denkt eerst, weegt af en haakt af als het te snel gaat.
Allebei logisch.
Allebei met goede intenties.
Maar zolang die verschillen niet worden benoemd, ontstaan er aannames.
En aannames worden al snel irritaties.
Niet omdat mensen niet willen samenwerken, maar omdat ze van elkaar verwachten dat ze hetzelfde werken.
Van oordeel naar nieuwsgierigheid
Wat ik teams zie helpen, is een simpele verschuiving: minder praten over elkaar
en meer nieuwsgierig zijn naar elkaar. Zonder oordeel. Dus niet: “Waarom doet hij zo?”, maar: “Wat heb jij eigenlijk nodig om prettig te kunnen werken?”
Dat gesprek haalt spanning van tafel.
Het maakt gedrag begrijpelijker.
En het geeft teams taal om afspraken te maken die wel werken.
Verschillen normaal maken
Verschillen verdwijnen niet door harder je best te doen. Ook niet door elkaar te corrigeren.
Ze worden normaal door ze te benoemen, en te bespreken. Zonder oordeel.
Bijna altijd zie ik dan hetzelfde gebeuren:
meer begrip, minder gedoe en betere samenwerking.









